Veiligheidsdiensten en providers weten alles
16 januari 2002 | Martijn de Meulder
Hoe u het internet ook op gaat, een ding is zeker: alles wat u op internet uitvoert loopt via de poort van uw internet provider (ISP). Deze kan daarom in principe alles over u te weten komen. Tegenwoordig is er zelfs een wettelijk kader waarbinnen veiligheidsdiensten die technieken mogen gebruiken. In Nederland hebben politie, justitie en de BVD tapapparatuur bij uw internetproviders, in de Verenigde Staten gebruikt de FBI het Carnivore-systeem. De technische mogelijkheden zijn huiveringwekkend groot. Een tapper (van ISP of veiligheidsdienst) kan het dataverkeer dat u genereert apart nemen en onderzoeken. Hij ziet met wie u e-mailt, wat er in die e-mail staat, welke nieuwsgroepen u bekijkt en welke webpagina?s, uw creditcardnummers zijn bekend, uw gebruikersnamen en wachtwoorden, wat u tegen wie zegt op IRC, hoe lang en op welke momenten u online bent. Alles.
Gekoppeld met uw privégegevens kan zo?n onderzoeker een angstwekkend nauwkeurig profiel van u en uw interesses maken.
Uw provider is gebonden aan de wet op de persoonsregistratie. Die stelt onder meer dat ?de houder van een persoonsregistratie moet zorgen voor de nodige voorzieningen (van technische en organisatorische aard) ter bescherming tegen verlies of aantasting van de gegevens en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking daarvan?. Providers mogen dus niets van hun geregistreerde abonneegegevens naar buiten brengen, op geen enkele manier. Maar gelukkig zijn ze over het algemeen niet geïnteresseerd in uw e-mail kattenbelletjes en de eventuele sekssites die u bezoekt. U bent meestal een onbeduidend nummer tussen duizenden anderen. Providers houden wel hun systemen in de gaten om misbruik te voorkomen. U wordt geregistreerd in logbestanden, en als u bijvoorbeeld frequent mailbommen of portscans op beruchte poorten uitvoert, kunt er op die manier op worden aangesproken.
Helaas kunnen overheidsinstanties in het zeldzame geval dat u uit de massa wordt gelicht wel heel ver gaan. Er is inmiddels een redelijk volwassen regelgeving dankzij de wet Computercriminaliteit II en soortgelijke wetten in het buitenland. Maar veiligheidsinstanties hebben soms de neiging om stiekem hun grenzen op te rekken. Denk aan de ?Zaanse methode?, die in 1997 tot de parlementaire enquête onderzoeksmethoden heeft geleid. De recente terroristische aanslagen en de roep om meer veiligheid zorgen voor een verdere verzwakking van uw online rechtspositie. Ook als u weinig of niets te verbergen heeft is het voor uw privacy soms verstandig extra maatregelen te treffen.