GeForce 6800 Ultra vs Radeon X800 XT
Grafische oorlog woedt voort
20 juli 2004 | Thomas Buytaert
We pochen graag over snelle computers en processors, maar het voorbije jaar viel er eigenlijk weinig nieuws te rapen. Zelfs grootse lanceringen als de Radeon 9800 XT gaven relatief kleine prestatiesprongen, maar er waren dan ook amper games om van al die rekenkracht te profiteren. En dan lanceert nVidia de GeForce 6800 Ultra, die maar even dubbel zo snel zou zijn als de Radeon 9800 XT. ATI antwoordde binnen een paar weken met de Radeon X800 XT, die prompt gecounterd werd door nVidia met een GeForce 6800 Ultra Extreme. Inderdaad, het hek is volledig van de dam en de twee hoofdrolspelers staan met getrokken messen tegenover elkaar. Het slagveld? Dit artikel in PC Magazine...
De nieuwe spelers
Laten we beginnen met een korte voorstelling. De nieuwe Radeon-familie telt twee nieuwe telgen: de Radeon X800 XT is de nieuwe high-end kaart, de Pro-versie moet de bestaande Radeon 9600-reeks vervangen. Ook bij nVidia waren aanvankelijk twee exemplaren gepland: de GeForce 6800 Ultra bovenaan het gamma en de GeForce 6800 GT voor minder kapitaalkrachtige gamers.
Maar, zoals het in een goede oorlog past, lanceerde nVidia daags na de aankondiging van de X800 XT een opgepepte versie van de GeForce 6800 Ultra: de GeForce 6800 Ultra Extreme. Dat is in essentie niet meer dan een opgepepte versie met een hogere kloksnelheid (te bepalen door de partners). Wij kregen een exemplaar met processor aan 450 MHz en geheugen aan 550 MHz ter test.
Wat meteen opvalt als we de Radeon X800 XT en de GeForce 6800 Ultra naast elkaar leggen, zijn de overeenkomsten:
- SIMD/MIMD, waardoor op grote schaal parallelle instructies verwerkt kunnen worden;
- 16 pixelpijplijnen;
- twee pixel-shaders per pijplijn;
- pixels worden in groepen van 4 x 4 verzameld;
- zes vertex-shaders;
- 4-wegs geheugencontrollers;
- DDR3-geheugen aan 550 MHz.
Als we de klokfrequentie bekijken, merken we dat de Radeon X800 XT aan 520 MHz draait, terwijl de GeForce 6800 Ultra het op 400 MHz houdt. Dat is een verschil van meer dan 30 procent in het voordeel van ATI, dat bovendien een veel efficiëntere geheugencontroller heeft.
Inzake complexiteit haalt de GeForce 6800 Ultra dan weer de bovenhand. Die laat niet minder dan 220 miljoen transistors optekenen, bijna 40 procent meer dan de forse 160 miljoen transistors waarmee de nieuwe Radeon X800 XT gezegend werd. Beide processors gebruiken 0,13-micron technologie; voor het overige hebben ze volledig verschillende fabricageprocédés. Meer is overigens niet altijd beter. Hoewel 60 miljoen transistors een aanzienlijk verschil moeten uitmaken, leidt de kleinere die-grootte van de Radeon tot een grotere efficiëntie, betere koeling en minder stroomverbruik.
Het stroomverbruik wordt overigens een steeds groter probleem voor deze grafische kaarten. ATI profiteert van z'n betere design en heeft ongeveer 65 watt nodig - nog steeds behoorlijk veel, maar haalbaar met een courante voeding.
De Radeon X800 XT heeft dan ook maar één slot nodig en één molex-connector. De GeForce 6800 Ultra is een stuk veeleisender. Hier wordt 110 watt verwacht, wat binnenkomt via twee molex-connectoren die over aparte kabels moeten gaan. De kaart heeft twee expansieslots nodig en nVidia raadt minstens een (dure) 480-watt voeding aan - veel meer dan wat vandaag courant gebruikt wordt.